Melk opschuimen: zo krijg je thuis fijn melkschuim
Melk opschuimen lukt het beste met koude volle melk, een schone stoompijp en één duidelijk stopmoment. Je voegt eerst kort lucht toe, laat de melk daarna ronddraaien en stopt voordat hij te heet wordt. Zo krijg je een fijne, glanzende schuimlaag in plaats van grove bellen die binnen een minuut inzakken.
Dat klinkt eenvoudiger dan het is. Lukt het bij jou steeds niet? Je bent niet de enige. De meeste mensen voegen te lang lucht toe, laten de melk te weinig draaien of verwarmen hem te ver door. Daar gaat het mis. En dat is goed te repareren.
Heb je een volautomaat? Dan neemt de machine dat werk van je over. Toch bepaal je met je melkkeuze nog altijd hoe het resultaat uitpakt, ook zonder stoompijpje.
We leggen je hieronder uit welke melk het beste schuimt en hoe je het handmatig aanpakt. Je leest ook wat een volautomaat anders doet en wat je kunt doen als het misgaat.

Wat is goed melkschuim?
Goed melkschuim is wit, stevig en fluweelachtig op het moment dat je de koffie serveert. Het heeft volume, maar de structuur is fijn. Grote luchtbellen zie je er niet in. Dit fijne schuim heet microschuim, of microfoam in barista-taal.
Het duidelijkste kenmerk is glans. Melkschuim dat op badschuim lijkt, is mislukt. Melkschuim dat eruitziet als natte verf, is goed. Draai je het kannetje rond, dan hoort de melk als één geheel te bewegen. Blijft er een dikke laag bovenop drijven, dan zit er te veel lucht in.
Ook de temperatuur telt mee. Het Italiaanse espresso-instituut INEI houdt voor een gecertificeerde cappuccino ongeveer 55 °C aan. Daar komt de natuurlijke zoetheid van de melk het beste uit. Vind je dat te lauw, dan kun je tot ongeveer 65 °C gaan. Boven de 70 °C verdwijnt die zoetheid en wordt het schuim grof.
Goed microschuim blijft ongeveer tien tot twintig minuten staan. Zakt jouw schuim binnen een minuut in, dan zijn de luchtbellen te groot geweest. Geen ramp: dat is precies het onderdeel dat je met een paar keer oefenen onder de knie krijgt.









